donderdag 15 januari 2015

Lean and Cultural Differences

Girls just wanna have fun 

Bas Bonnier - MSc Mech. Eng. EMFC
In the last years I have investigated several Lean, Kaizen and other process improvement philosophies and have investigated their implementation. My main research contained the question why Lean implementations in organizations in the Netherlands appeared less successful than in Japan. Cultural differences between the two countries seemed to have a major impact on successful implementation. All my argumentation was based on personal experience, gut feeling and common sense. Recently I read the book Cultures and Organizations of Prof. Dr. Ir. Geert Hofstede that gave me the longed insight based on 40 years of academic research. In his book regarding cultural differences Hofstede describes Culture as the unwritten rules of the social game, the collective programming of the mind that distinguishes the members of one group or category of people from others. He compares countries on different cultural dimensions. In the below mentioned graph the dimensions Power Distance, Individualism, Masculinity, Risk Avoidance and Pragmatism between the Netherlands and Japan are compared.



The Netherlands and Japan differ on all dimensions, on some dimensions more than on others. But especially on the dimension Masculinity we are each other’s opposites, two extremes. Japan is after Slovakia the most masculine country in the world and the Netherlands is after Latvia, Norway and Sweden the most feminine country in the world.

A high score (masculine) on this dimension indicates that the society will be driven by competition, achievement and success, with success being defined by the winner/best in field. A low score (feminine) on this dimension means that the dominant values in society are caring for others and quality of life. The fundamental issue here is what motivates people, wanting to be the best (masculine) or liking what you do (feminine). This difference in masculinity gives an explanation for the differences in implementation successes of Lean process improvements: Japanese organization members are improving processes to become better and to be able to do more in the same time. But we Dutch have, as process members, the intrinsic desire to make our life easier and more enjoyable, to do the same in less time. Our personal life improvement activities together with our high individualism lead often to sub-optimizations of company processes. This holds off results. Therefore, to be successful in the Netherlands, process improvers should spend much more time and energy on explaining, clarifying and creating goal congruence between the goals of the company and the goals of the employees.

Cyndi Lauper was right after all …

woensdag 16 april 2014

Te gast bij een procesverbetersessie

In maart 2014 ben ik te gast bij een procesverbetersessie van Fontijne Grotnes. Benieuwd hoe dit in z’n werk gaat? Met mijn verslag als toeschouwer wil ik u een beeld geven hoe deze organisatie de procesmanagementaanpak van Sensus-methode succesvol inzet en daar haar voordeel uit haalt. Leer ervan en pas het zelf ook toe!

Het proces Product Preparation wordt vandaag onder de loep genomen. In een vorige sessie is het proces al beschreven met behulp van de iconen van Sensus-methode. Nu is het de bedoeling dat het proces nog eens wordt doorgenomen en dat verbeterpunten en feedback van andere afdelingen (peer reviews) wordt verwerkt. Projectleider Guido Hendriks treedt op als gespreksleider. Betrokken personen van het proces zijn aanwezig vanuit verschillende afdelingen, zoals productie, engineering en ERP.

Het proces Product Preparation blijkt een lastig proces. Dit houdt in: al het voorbereidende werk voordat er geproduceerd kan worden. Ten eerste is dit proces een nieuwe werkwijze, een nieuwe afdeling. Maar ook de herindeling van een aantal functies maakt dat er nog wat onduidelijkheid bestaat over hoe het doelproces het beste kan verlopen.

Het proces wordt van begin tot eind doorgelopen. Klopt het wat er staat en loopt het in werkelijkheid ook zo? Tijdens de sessie ontstaat er wat onduidelijkheid over een keuzemoment en de verschillende processtromen die daaruit volgen. De discussie wordt afgeleid doordat iedereen steeds terugvalt in het al beschreven proces, wat blijkbaar toch niet juist is. Het proces wordt daarom toch opnieuw op het whiteboard gevisualiseerd met de Sensus-iconen, om een nieuw praatstuk te hebben en niet te worden afgeleid door wat al is beschreven. Een goede zet blijkt snel, want vrij snel is iedereen het erover eens hoe het proces dan wél verloopt.

Procesmodelleren met Sensus-iconen


Aandachtspunten worden opgeschreven op een puntenlijst om later nog te worden uitgezocht. Er wordt tijdens het modelleren veel met iconen geschoven en ieder neemt om de beurt de whiteboardpen in de hand om wat aan te vullen of te verbeteren. Soms zijn er hevige discussies. “Nee ik weet zeker dat dit zo moet!” Maar ook er wordt veel begrip getoond tussen de medewerkers en langzaamaan ontstaat er een procesflow op het whiteboard waar iedereen zich in kan vinden. Wat me opvalt is dat iedereen erg enthousiast meedoet. Ze vertellen graag over hun werk en hoe ze zaken aanpakken.

Wat bovendien opvalt is dat de betrokkenen niet alles van elkaar weten en niet altijd weten hoe zij zaken aanpakken. Al discussiërende ontstaat inzicht in elkaars werk. Guido stuurt het gesprek, hij stelt neutrale vragen om de informatie boven tafel te krijgen. “Oke, je maakt hier de keuze om een artikel zelf te maken of te bestellen. En wat gebeurt er dan?” Maar hij grijpt ook in als het gesprek te veel in detail gaat, als er teveel de diepte in wordt gegaan. Kleine verbeterpunten worden direct doorgevoerd in het proces. “Nee die documentatiemap, die nodig is voor de productie-afdeling, is makkelijker om later in het proces samen te stellen. Dan zijn alle keuze’s gemaakt en is alle informatie beschikbaar.” Er worden bovendien manieren bedacht om bijvoorbeeld het aantal overgebleven onderdelen na een project te verminderen. “Wat doen we eigenlijk met die onderdelen die na een afgerond project overblijven? Wie beslist dat? En hoe zorgen we dat dit vermindert?” Zo wordt direct al een eerste stap gezet naar het uiteindelijke doel: het verminderen van faalkosten.

Van whiteboard naar Process Modeller iPad app


De tijdsplanning van de 4 uur durende sessie wordt goed in de gaten gehouden door Guido. Er is regelmatig pauze en er wordt niet te lang over dingen doorgepraat. Nadat het proces op het bord staat en iedereen het erover eens is dat dit de goede werkwijze is, worden de aandachtspunten van de vorige sessie doorgenomen. Deze aandachtspunten zijn door verschillende mensen op de procesposters geschreven die in de gang hangen. Ook wordt er gecheckt of het proces nog binnen de kaders valt die al eerder zijn vastgelegd met behulp van de proceselementen. Zoals het begin en –eindpunt van het proces, de input en de randvoorwaarden; klopt dit nu nog? Conclusie: een zeer leerzame sessie, er is veel inzicht in de organisatie ontstaan dankzij Sensus-methode. Niet alleen voor mij, maar zo te zien ook voor de betrokken medewerkers van het proces.

Meer over het BPM-project van Fontijne Grotnes leest u op sensus-methode.nl.

Eileen Samsom - Marketing medewerker Sensus-methode

dinsdag 11 maart 2014

Beste gemeente, LEAN is geen bezuinigingsinstrument!

Monique van Dodewaard
BPM consultant & Lean Black Belt
Gemeentelijke organisaties krijgen steeds meer taken van de overheid naar zich toegeworpen en worden gedwongen tot fikse bezuinigingen. Geen wonder dat veel gemeenten momenteel een vergrootglas leggen op de taken en werkzaamheden en bezien wat zij eventueel kunnen afstoten of herstructureren in een samenwerkingsverband. Naast deze reorganisaties zijn ze genoodzaakt ook binnen de taken die behouden blijven efficiencyslagen uit te voeren. Veel gemeenten omarmen daarom het gedachtegoed achter Lean. Haal de verspillingen uit je processen  en behaal hiermee de benodigde kostenreductie, wat bij gemeenten vaak een reductie van de personeelskosten betekent.

Onder het mom van bezuinigingen worden momenteel veel Lean-trajecten gestart en ambtenaren getraind in het signaleren van verspillingen in hun eigen werkprocessen. Alleen is het de vraag of op deze wijze ook daadwerkelijk kostenbesparingen behaald kunnen worden. Veel medewerkers steken direct hun hakken in het zand als ze het woord “Lean” horen. En gezien de reden waarom veel Lean-trajecten worden gestart, is dat ook heel begrijpelijk. Het is nogal veel gevraagd van een medewerker om mee te werken aan een Lean-traject als daarmee je eigen baan op het spel kan komen te staan. Een Lean-traject dat om deze reden wordt gestart heeft daardoor vaak weinig kans van slagen.

Lean draait niet alleen om het terugdringen van verspillingen, maar juist vooral om het toevoegen van waarde voor de klant, in dit geval de burger. Naar mijn idee wordt dit aspect bij gemeenten vaak vergeten. Om burgers tevreden te houden past een eenzijdige visie (haal de verspillingen uit het proces) niet. De burger is pas meer tevreden als er ook daadwerkelijk een goede dienst geleverd wordt. Vaak is dat een medewerker die net iets extra’s doet, iets meer service levert, vriendelijker is, sneller reageert, de voortgang goed monitort en het belangrijkste: de afspraken (of deze nu wettelijk zijn opgelegd of niet) nakomt! In een Lean-traject dient het klant-belang voorop te staan. Lean-trajecten die gestart worden met het doel het realiseren van grote besparingen zijn of gedoemd te mislukken en mogen wat mij betreft geen Lean genoemd worden. Tuurlijk is het altijd goed om te kijken waar je processen efficiënter kunnen worden ingericht, natuurlijk is het juist goed je medewerkers hierbij te betrekken want daar zit immers de inhoudelijke knowhow. Maar doe dit wel om de juiste redenen en vergeet die klant, de burger, niet.

Een gemeente die Lean om de juiste redenen invoert, investeert juist in haar medewerkers. Die medewerkers moeten de tools in handen krijgen om verbeteringen te signaleren en zich gesteund voelen door het management om deze door te voeren. Lean moet gedragen worden door de gehele organisatie en een continu verbetertraject worden. Niet alleen in tijden van crisis Lean uit de kast trekken, maar het onderdeel maken van je managementfilosofie. Het echte succes van Lean zit hem dan ook in de individuele medewerker, die steeds weer verbeteringen wil doorvoeren en daar ook de ruimte voor krijgt.  De meerwaarde van een succesvolle Lean-implementatie moet kortom niet alleen gezocht worden in het eindresultaat, maar vooral in de weg er naar toe. Oftewel het samen creëren, inzicht geven en visualiseren van werkwijzen. En dan kan Lean ook van nut zijn in deze periode van crisis.

Meer weten over continu verbeteren en het toepassen van lean in uw organisatie? Download gratis het whitepaper Continu verbeteren met Lean

donderdag 30 januari 2014

Hoera, alle gemeenteprocessen op orde!

Jan Semmelhack - Eigenaar Customer Arena
U heeft als gemeente natuurlijk al uw processen goed op orde, of u bent daar volop mee bezig. Dus heeft u alleen nog maar tevreden inwoners die uw gemeente roemen om uw efficiënte dienstverlening. Immers, u hebt de juiste expertise en tools in huis gehaald om processen te beschrijven en te borgen. Daarnaast is uw organisatie keurig ingericht, zijn de juiste kennissystemen door uw IT partners klaar voor de komende digitalisering van de dienstverlening en is uw gemeente over alle kanalen heen goed bereikbaar. Om te verifiëren of u alles goed heeft ingericht vraagt u keurig na elk contactmoment feedback aan uw burgers over wat zij vinden van uw dienstverlening. En waarschijnlijk hebt u als klap op de vuurpijl ook een Digipanel opgezet waar een trouwe aanhang van inwoners u helpt om uw bedienprocessen te verbeteren. Kortom, de keten is optimaal ingericht! Wat kan er nog mis gaan, toch?

Helaas, uw inwoners ( burgers, ondernemers en expats) kunnen een hele andere ervaring hebben in beleving van de dienstverlening dan u in eerste instantie met alle goede bedoelingen voor ogen had…

“Daar hebben we toch de Publieksbalie voor?” Wellicht. Uw klantgedreven collega’s van het KCC zullen de klacht aanhoren en doorsturen, registreren in het CRM systeem en vervolgens weer aanhoren en doorsturen etc. Wellicht is uiteindelijk de klacht over waarom die ene vergunning nou langer duurde dan verwacht opgelost. Ondertussen heeft het uw gemeente enorm veel tijd gekost en onnodige kosten opgeleverd aan herhaalverkeer, ergernis bij uw ketenpartners gewekt en een negatieve pers opgeleverd.

Vaak hebben klachten van uw inwoners te maken met de zwakste schakel in het bedienproces. Een voorbeeld: voor het aanvragen van een bouwvergunning zijn meerdere afdelingen betrokken die binnen het gestelde proces nauw met elkaar samenwerken. Veelal geschiedt dit in een vast omlijnd proces, waarin vooraf is beschreven welke afdeling wat doet en wie er communiceert met wie binnen een gestelde termijn. Overschrijding van een termijn binnen een afdeling betekent vertraging en wekt het ook weer een reactie op elders.

Stel dat u dit hele bedienproces als een “reis “ ziet die uw inwoner door uw gemeente maakt. Deze klantreis (Customer Journey) is niets anders dan alle stappen binnen uw organisatie die er moeten worden ondernomen om de klant te bedienen, maar dan wel vanuit zijn/haar perceptie. Alle processtappen zijn “momenten van waarheid” waarin uw inwoner een oordeel vormt over kwaliteit van uw dienstverlening en kunnen worden gemeten.

Wat heeft dit nou te maken met het inrichten van een proces denkt u? Veel! Stapje voor stapje kunt u namelijk inzichtelijk krijgen hoe uw burger reageert op ieder stukje. Een schat aan informatie! Het biedt meer inzicht in de werkelijke servicebehoefte van uw interne en externe klant. Het helpt u om een betere afstemming krijgen over dienstoverschrijdende bedienprocessen, niet meer te denken in silo’s, afdelingsbeperkende KPI’s en de interactie met uw inwoners beter te begrijpen. En bovendien leert het u hoe u uw processen LEAN kunt maken: welke stappen voegen écht waarde toe voor de klant?

Door in te zetten op de klantreis kunt u meer sturing krijgen op het totale proces van de dienstverlening, maar vooral helpt het u processen optimaal in te richten, bij te stellen en te monitoren. Dus voordat u weer aan de slag gaat met het definiëren en inrichten van een proces, meet eens vanuit de beleving van uw inwoners hoe zij dit proces beleven, stapje voor stapje..

donderdag 9 januari 2014

Return of the Apes, myopia of process managers

Bas Bonnier - MSc Mech. Eng. EMFC
For centuries scientists have been trying to answer the question: ‘What is it that distinguishes human beings from other animals?’ During time the definition of this distinction has changed. In previous times barbarians were not even considered as human beings and in current times, on the other side of the scope, there are recent academic studies showing that Chimpanzees fulfill the definitions we set for mankind. Darwin has already stated: ‘If it could be demonstrated that any complex organ existed, which could not possibly have formed by numerous, successive, slight modifications, my theory would absolutely break down’ (On the Original of species – 1859). Man changes due to circumstances and adapts to his environment. As we don’t need them in our current daily life, we do not have a tail and body hair anymore.

The interesting part is that our most generally accepted point of distinction, our ability to think and to think regarding our thinking, is put to the test by many process improvers. Describing processes may have been useful for a generation that was raised to think but needed some structure to streamline this thinking, the new generation however is raised with pre-described processes, work flows, poka-yokes and other ‘stop-thinking-by-yourself’ devices. This is amplified by social economic trends. Due to the structure of our economic system companies have to grow resulting in consolidation and globalization. This growth has its consequences on people working in these companies. Employees are part of an organization and part of a process. In order to prevent scandals and guarantee compliance due to the difficulty to control these large multi-cultural consolidated companies, organizations have become risk avoidant and procedure driven. Moreover employees are part of complex global processes and, due to size of scale, mistakes have huge influences. Thus all processes too have become risk avoidant and procedure driven. Automation, pre-defined work instructions, poka-yokes have been introduced: Employees are now forced to follow the prescriptions and standards given by the company and not to think for themselves anymore. Darwin has already described what will happen with these species in the long run…

The positive part is that in society one can observe that this insight in value destructiveness comes to life. In the Netherlands the government is changing the traffic lights at many crossings into roundabouts. A traffic light signals to the driver’s brain ‘Stop thinking, follow instructions’, whereas a roundabout signals the driver ‘Reduce speed, take care, and consider what you are about to do’. The result is an increase of throughput of vehicles on these crossings. Is increasing the throughput not one of Goldratt’s three measures to reach the company’s goal? Why are most process improvers and lean management consultants then still focused on placing traffic lights everywhere? This eliminates creativity, innovation and ownership. Maybe in some cases you will create short term successes but in the long run you will degenerate the workforce, and in a larger social context, cause devolution of mankind. Sitting as monkeys at our workplace waiting for Jane to rescue us…

dinsdag 3 december 2013

Rollen in Business Process Management

Hans Bloemen
BPM specialist
Het beschrijven van werkprocessen heeft altijd een doel. Dat kan variëren van efficiënter werken tot certificering tot het implementeren van procesgericht werken al dan niet in relatie tot bijv. INK. Ook bij populaire ontwikkelingen als het LEAN maken van werkprocessen of het opstellen van klantgerichte werkprocessen leveren procesbeschrijvingen een belangrijke bijdrage.

Maar met het beschrijven van processen,  het verbeteren op basis van een proces of het klantgericht maken van werkprocessen ben je er nog niet. Je zult een aantal BPM rollen moeten beschrijven en toekennen.

Bij allerlei BPM methoden kom je een grote diversiteit aan rol-namen tegen die in relatie staan tot het Business Process Management: Procesmanager, procesbeheerder, proceseigenaar, procesbewaker,  procesanalist, procesarchitect, procesontwerper, procesverantwoordelijke, procescoach, procesexpert, procescoördinator, procesauditor, procesadviseur, procescontroller, procesleider.

What’s in a name?  Sommige rol-namen zijn ondubbelzinnig, zoals procesauditor. Andere worden heel verschillend gebruikt, zoals proceseigenaar. Het maakt niet veel uit hoe je een rol noemt, als binnen de organisatie maar bekend is bij welke rol welke taken en verantwoordelijkheden horen.

De volgende twee rollen zijn essentieel om procesmanagement überhaupt van de grond te krijgen:

  • Verantwoordelijkheid voor het proces. Deze rol zorgt dat er een goed proces staat waar de organisatie mee overweg kan. Tevens zorgt deze rol ervoor dat iedereen op de hoogte is van actuele ontwikkelingen en hij/zij is het aanspreekpunt voor het proces in het kader van efficiëntie- en kwaliteitsverbeteringen. Bij voorkeur is dit een medewerker die eveneens een rol heeft in het proces en alles van het proces afweet, ook over de afdelingsgrenzen heen.
  • Verantwoordelijkheid voor het resultaat. Deze rol bewaakt de resultaten en legt verantwoording af voor het behaalde resultaat. Bij voorkeur is dit de manager van de afdeling waar een belangrijk deel van het proces zich afspeelt.
De overige rollen worden ingevuld al naar gelang de grootte van de organisatie en het doel van het beschrijven van de werkprocessen. Hiernaast zal het duidelijk zijn dat er ook afspraken gemaakt moeten worden, zoals hoe om te gaan met wijzigingen van processen. Hiervoor moet een proces beschreven worden waarin de bovengenoemde 2 rollen zullen acteren.

Binnen de tooling waarin de werkprocessen zijn vastgelegd is het belangrijk om per proces de genoemde verantwoordelijkheden vast te leggen.

donderdag 14 november 2013

Hoe gaan we aan de slag met procesmanagement bij bibliotheken?

Herman Heemskerk
kwaliteitsadviseur bibliotheken
Voordat procesmanagement kan worden toegepast, is eerst de overtuiging nodig dat het een belangrijke bijdrage levert aan het succes van de organisatie. Sense of urgency én sense of excitement bij het management zijn primaire succesvoorwaarden. Pas dán komt de intrinsieke motivatie om er serieus mee aan de slag te gaan. En om dóór te zetten om de hobbels en obstakels te nemen die in de weerbarstige praktijk opdoemen. In dit tweede artikel over procesmanagement ligt het accent op het ‘hoe’. Op welke manier kan het worden ingevoerd en onderhouden en welke middelen zijn daarbij nodig?

Mijn vorige artikel over procesmanagement ging vooral over het wat en waarom. Daarin werd gewezen op het verband tussen de proces- en de organisatiestructuur: wanneer we alleen in organisatiestructuren denken, organiseren we verticaal. De ‘hark’ en de hiërarchie zijn dominant en niet de klant. Door te denken in resultaten voor de klant wordt er horizontaal georganiseerd.

Deze horizontale benadering sluit goed aan bij het begrip klantgerichtheid: het herkennen van de wensen, behoeften en belangen van zowel interne als externe klanten en hiernaar handelen. Zich inleven in klantsituaties, denken in klantoplossingen en deze omzetten in activiteiten/handelingen. Ook stimuleert en verbetert klantgerichtheid de afstemming en samenwerking tussen organisatieonderdelen teneinde klanten beter te kunnen bedienen. Procesmanagement gaat in essentie om het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening in de ogen van de klant. De gewetensvraag voor het management is dan ook of het zich voldoende bewust is van de consequenties die klantgerichtheid heeft voor de inrichting van de organisatie en de aansturing daarvan.

Onderzoek
Afgelopen zomer voerde Sensus-methode BV een onderzoek uit naar de beleving van procesmanagement in uiteenlopende branches. De algemene conclusie luidde dat medewerkers geen duidelijk beeld hebben van hoe het management over procesmanagement denkt, wat niet bevorderlijk is voor procesgericht werken. En in het verlengde daarvan: weinig aandacht in het werkoverleg voor processen komt de betrokkenheid van en draagvlak onder de medewerkers niet ten goede.
De remedie die de onderzoekers voorstellen, is om hierover helder en duidelijk in de organisatie te communiceren en daarbij een ‘uniforme taal’ te gebruiken:
- Door in groepsverband actief met de betrokken medewerkers processen te beschrijven ontstaat draagvlak en enthousiasme.
- Door processen regelmatig op actualiteit te controleren en medewerkers te vragen naar verbeteringen kunnen die processen slimmer worden ingericht.
- Door meetbare doelen te stellen valt te controleren of die ook gehaald worden.
- Door de behaalde resultaten te delen en te bespreken kunnen successen gevierd worden.
Deze aanpak heeft - niet toevallig - verdacht veel weg van de PDCA-cyclus en de IMWR-cirkel uit het INK-model. Eigenlijk niets nieuws onder de zon dus.

Brancheprogramma
In opdracht van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) ontwikkelde Bureau Hörnig, vanuit de praktijk van een aantal bibliotheken, een referentiemodel waarin diverse bibliotheekprocessen zijn beschreven: het brancheprogramma De Bibliotheek onderneemt. Tot nu toe gaat het om de processen mediaverwerking, titelbeheer, applicatiebeheer, in/uitschrijvingen van leden en (centraal) collectiebeleid. De VOB heeft een mantelovereenkomst gesloten met Bureau Hörnig om bibliotheken in staat te stellen om met behulp van dat landelijk referentiemodel aan procesoptimalisatie te werken in de eigen organisatie.

Deze aanpak zal zeker in een behoefte kunnen voorzien en - in combinatie met het bovenstaande - tegemoet komen aan de voorwaarden voor succes. Ik wil echter vérder gaan en aangrijpingspunten bieden om de regie stevig bij het management van de bibliotheek te leggen.

Processen
In procesmanagement wordt onderscheid gemaakt tussen het primaire proces, het ondersteuningsproces en het besturingsproces. Primaire processen zijn alle activiteiten waarvan de output direct bijdraagt aan het resultaat voor de klant. De primaire bedrijfsprocessen vormen het bestaansrecht van een organisatie.
Welke primaire processen zijn er nu in de bibliotheek? Voor een antwoord daarop kan het helpen om te kijken naar een productbegroting, waarin de door de bibliotheek geleverde diensten (aan doelgroepen en instellingen) gekoppeld zijn aan kosten en baten. Voor het overzicht is het goed niet meer dan tien product(groep)en te onderscheiden (zoals: uitleenproces, inlichtingen- en advieswerk, educatieve dienstverlening in huis en aan instellingen, digitale bibliotheek). Met de vaststelling van de primaire processen ligt er een goede basis voor de ‘procesarchitectuur’. Deze geeft een overzicht van de processen in een organisatie, de relaties tussen die processen en de richtlijnen die gevolgd moeten worden bij het organiseren en beschrijven van de processen.
De ondersteunende en besturende proceselementen zijn in alle organisaties nagenoeg identiek. Bij ondersteuning gaat het om personeelszaken, financiën, ICT, PR, marketing, facilitaire zaken en dergelijke. De planning & controlcyclus is het besturingsproces.

Uitgangspunten
Alvorens over te gaan tot het gestructureerd invoeren van procesmanagement met behulp van onderstaand stappenplan is het goed eerst een aantal uitgangspunten vast te leggen, zoals:
- Stel de klant centraal.
- Organiseer procesgericht in plaats van afdelingsgericht.
- Ken taken en verantwoordelijkheden toe. Het is verstandig om voor elk proces een proceseigenaar aan te wijzen die van begin tot eind van het proces verantwoordelijk is. Dat vraagt om goede afstemming tussen die proceseigenaar en de diverse leidinggevenden, omdat een proces per definitie afdelingsoverstijgend is!
- Pak het beschrijven van processen projectmatig aan.

Stappenplan
1. Visie
Het management zorgt ervoor dat haar visie en doelstellingen ten aanzien van het procesmanagement zijn vastgelegd en dat er collectief draagvlak is of ontstaat. Zij communiceert duidelijk naar de interne organisatie dat ervoor is gekozen een traject van procesmanagement in te gaan: wat het belang voor de organisatie is, welke aanpak gevolgd wordt en wat zij van de medewerkers verwacht.
Na benoeming van een projectleider en eventueel de projectgroepleden gaat de projectgroep aan de slag met de gebruikelijke organisatorische aspecten van een project. De afspraken dienen door het management goedgekeurd, vastgelegd en intern gecommuniceerd te worden. De projectgroep stelt een plan van aanpak op met duidelijke doelstellingen en inzet van tijd en kosten per fase. Uiteraard heeft dit plan de visie en doelstellingen als uitgangspunten.

2. Processen identificeren
Welke processen zijn er binnen de organisatie en wat is hun onderlinge samenhang? Het management moet duidelijk zijn en overeenstemming hebben over de primaire processen, de ondersteunende en besturende processen én het procesmanagement.
Het is verstandig om aan de inventarisatie een prioriteitstelling toe te voegen: welke primaire processen zijn het meest belangrijk en urgent om te beschrijven? Waar wordt verwacht op korte termijn efficiencywinst te kunnen boeken? Welke processen lopen stroef en leveren te weinig resultaat op? Geeft een klanttevredenheidsonderzoek aanleiding om een bepaald proces als eerste onder de loep te nemen? Wil de bibliotheek bepaalde comfortdiensten creëren om klanten te behouden die anders zouden weglopen? Waar lopen de mensen in de organisatie het meest warm voor: wat vergroot hun werkplezier, verlaagt hun werkdruk, verkort de doorlooptijd en laat de klanttevredenheid toenemen?
Hierna kan het project van start met het identificeren en vastleggen van de processen. Het opstellen van de primaire processen is het eerste wat het management doet. Op grond daarvan worden vervolgens de bijbehorende ondersteunende en besturende processen vastgesteld.

3. Format bepalen
De keuze voor het format waarin de processen worden beschreven, berust veelal op toeval. Vaak is er in de loop der jaren binnen de organisatie een format ontstaan. De kans is groot dat dat niet optimaal is, omdat het niet alle benodigde informatie kan opnemen, of - nog erger - niet de gewenste informatie kan reproduceren. Er is geen enkele externe norm die voorschrijft hoe u uw processen moet vastleggen en weergeven. Een optie is om te kiezen voor de aanpak van het landelijk referentiemodel.
Het is handig iets te bedenken dat als Programma van Eisen kan dienen voor zo’n format. Een format moet:
- het hogere management voorzien van sturingsinformatie;
- het middenmanagement voorzien van middelen om te meten en procesinzicht en -overzicht leveren om het werk op de werkvloer te kunnen coördineren;
- de uitvoerende medewerkers helpen met duidelijke, uniforme werkafspraken;
- de auditerende instantie inzicht geven in hoe de werkafspraken gekoppeld zijn aan de certificeringseisen.

Voor die sturingsinformatie zijn kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) van groot belang. Kpi’s geven het functioneren van een proces en de mate waarin het doel bereikt wordt in meetbare eenheden weer. Ze worden vanuit de visie van het management voor de gehele organisatie bepaald. Vervolgens worden per proces kpi’s vastgesteld, over het algemeen door de betreffende afdeling zelf. Het managementteam stelt ze daarna definitief vast.

Het werken met kpi’s biedt als voordelen:
- eenvoudiger beheersen en (bij)sturen van processen;
- signaleren van verbeterpunten;
- werken op basis van feiten in plaats van ‘gevoel’;
- duidelijk meetbaar.

Het is een mooi aanknopingspunt om te oefenen met kpi’s als er servicenormen zijn met behulp waarvan klanten de bibliotheek kunnen aanspreken op haar beloften. Probeer die beloften maar eens hard te maken door ze SMART te maken! Klantgerichtheid in optima forma!
Het is belangrijk dat het format past bij de visie van de organisatie in het algemeen en bij de visie op procesmanagement in het bijzonder. Het succes van procesmanagement ligt voornamelijk in de wijze van implementatie en gecreëerde draagvlak binnen de organisatie. Het hanteren van een eenduidige methodiek is essentieel. Het format moet helder, snel en praktisch zijn, want de beschreven processen moeten in de praktijk ook daadwerkelijk worden toegepast door de medewerkers. Hoe mooi de processen ook beschreven zijn, als niemand ze weet te vinden (of als ze in onhandzame boekdelen in de kast staan), worden ze niet toegepast. Zonde van de tijd en de energie die daarin zijn gestoken. Een wezenlijk onderdeel van een format is dus de beschikbaarheid voor de medewerkers. Kan men er eenvoudig bij via intranet of het web?
Ook is essentieel of u voldoende capaciteit hebt om de juiste input én output te genereren. En of u optimaal gebruikmaakt van de processen. Zorg ervoor dat er medewerkers zijn die zich kunnen focussen op het gehele traject van procesbeschrijving en zorg ervoor dat de kennis wordt ontsloten voor de (gehele) organisatie. Ook de kennis die in het hoofd van zeer ervaren medewerkers is opgeslagen.

4. Processen beschrijven
Er zijn verschillende manieren waarop processen beschreven kunnen worden, met elk hun voor- en nadelen. Grofweg kan onderscheid gemaakt worden tussen een specialistenbenadering en een werkgroepbenadering. Een combinatievorm levert de meeste voor- en de minste nadelen op. Bij deze aanpak participeren de medewerkers zelf actief in het opstellen van de eigen processen onder begeleiding van een deskundige interviewer (externe specialist of daartoe opgeleide eigen medewerker). De medewerkers leren zo proces- in plaats van afdelingsgericht te denken en worden zich meer bewust van het effect van hun handelingen op de andere processen binnen de organisatie. De gebruikte interviewtechniek combineert het goede van de top-down en bottom-up benadering. Dit vergroot de kans op het slagen van het procesmanagementproject aanzienlijk.
Het is de bedoeling dat het proces beschreven wordt zoals dat in de realiteit verloopt. Eventuele kleine wijzigingen kunnen - indien daar overeenstemming over is en de wijzigingen betrekking hebben op de eigen afdeling - doorgevoerd worden. Zodra de gevolgen van deze wijzigingen echter afdelingsoverstijgend zijn of er voortdurend discussie is over de te volgen activiteiten, dan moeten deze aanpassingen aan de projectgroep voorgelegd worden. De lijnorganisatie bepaalt, in overleg met de projectgroep, of en wanneer het proces herzien moet worden.

5. Implementeren
Implementatie is een kwestie van ‘geen woorden, maar daden’. Het gaat om het maken van goede afspraken, mensen aanspreken op hun handelen en gericht communiceren. De volgende zaken moeten in ieder geval geregeld zijn voor een succesvolle implementatie:
- goedkeuring van het management voor de beschreven processen en het maken van een implementatieplan;
- opstellen implementatieplan, inclusief communicatieplan en eerste auditplan;
- afspraken maken over de wijze van terugkoppeling.

De manier van implementeren van nieuwe processen verschilt per organisatie. De factoren die hierbij van invloed kunnen zijn, variëren van de heersende bedrijfscultuur tot uiteenlopende omgevingsfactoren. Elke implementatie verdient daarom een aanpak op maat.
Duidelijke, tijdige én eerlijke communicatie vergroot de acceptatie van de nieuwe werkwijze door de medewerkers. Dit lijkt een open deur. In de praktijk blijkt echter verrassend vaak dat juist de communicatie onvoldoende is of zelfs geheel ontbreekt.

6. Toetsing
De processen zijn geïmplementeerd, het procesmanagementtraject is doorlopen en de beschreven bedrijfsprocessen sluiten aan bij de gewenste bedrijfsvoering. Klaar? Nee, want dit is geen statisch gegeven. De bedrijfsvoering is onderhevig aan veel invloeden en veranderingen. Dat betekent dat de bedrijfsprocessen steeds mee moeten veranderen. Beoordeel daarom regelmatig of de beschreven processen daar nog bij aansluiten.

Met een interne audit op procesniveau kan worden beoordeeld of:
- de doelen van de processen bereikt worden;
- de processen bijdragen aan de ondernemingsdoelstellingen;
- de processen passen binnen het geheel van activiteiten;
- de organisatie klaar is voor de externe audit (dus voor certificering);
- er verbeteringen nodig zijn;
- eerdere verbetervoorstellen effect hebben gehad.

Hiermee is de PDCA-cyclus rond, kan het resultaat worden geborgd en kan op moment x de nieuwe ronde van start om de bibliotheek op een nóg hoger niveau te brengen, waarmee zij nog beter voldoet aan de behoeften en verwachtingen van de gebruikers! Een goede timing is van belang bij het overdragen van het afgeronde project aan de staande organisatie.



Herman Heemskerk is werkzaam als consultant bij Acta Advies (www.acta-advies.nl), adviseur kwaliteitszorg bij de Bibliotheek Amsterdam, auditor bij de Stichting Certificering Openbare Bibliotheken en secretaris Platform Kwaliteitszorg Openbare Bibliotheken.

Verder lezen

- Bakker, Renco J.M. Horizontaal organiseren : horizontaal en procesgericht denken, construeren, besturen en samenwerken.
- Pampus, Bernadette van. Kwaliteitsmanagement : een praktische handleiding voor de invoering van kwaliteitszorg.
- Pampus, Bernadette van. Kwaliteitsmanagement en draagvlak.
- Pampus, Bernadette van. Kwaliteitsmanagement en interne auditing.
- Obers, Gerrit-Jan. Procesarchitectuur als veranderinstrument : strategische ambities realiseren met bedrijfsprocessen.
- Wijnands, Niek. Scenario naar lean : een draaiboek om verspillingen terug te dringen.
- Sensus-methode mailingcyclus Procesmanagement: stappenplan voor procesmanagement.